Marinevlieger Moekardanoe

HARTOJO/HARRY MOEKARDANOE

Ik kwam op een Indonesische site een beschrijving tegen van een man die ik altijd heb bewonderd. Hartojo (Harry) Moekardanoe. Ik heb hem in mijn begintijd bij de Marine Luchtvaart Dienst (MLD), nog een tijdje meegemaakt als operatieofficier van het Marine Vliegkamp Valkenburg (MVKV). In mijn verdere verhaal refereer ik naar hem als Harry. Dit had ik in die tijd zeker niet in mijn hoofd gehaald. Het laatste even terzijde.

Ik heb mijn uiterste best gedaan om de tekst bij de beschrijving zo goed mogelijk te vertalen. 1941Harry is geboren op 30 december 1920 in Balige, een plaats op Sumatra niet ver van het bekende Toba Meer. In 1941 nam hij dienst bij de Konklijke Marine, door wie hij werd uitgezonden naar Amerika voor de opleiding tot vlieger. Dit volbracht hij met goed gevolg.

In 1949 vervolgde hij zijn vliegers loopbaan bij de MLD

Het is 1962, hij neemt als eerste vlieger en vliegtuigcommandant van een P2V7B Neptune deel aan de zeeslag bij Vlakke Hoek in Nieuw Guinea. Hij heeft met zijn bemanning een groot aandeel in de afloop daar van. Bij de confrontatie daar wordt de snelle torpedoboot “Matjan Tutul” door HRMS Evertsen, mede door samenwerking met de Neptune, tot zinken gebracht. Hierbij kwam een hoge Indonesische Marineofficier Komodor Sudarso om het leven..

Over deze zeeslag heb ik verder terug in mijn site een verhaal geschreven onder de naam DE ZEESLAG BIJ VLAKKE HOEK.

Deze korte anekdote laat echter een klein gedeelte zien door de ogen van de toenmalige “vijand”.

Foto1: Harry Moekardanoe. Fito 2: KRI Matjan Tutul, Foto 3: Komodor Yos Sudardo

Het brein van de Spreuw

De foto van de “zwart/wit” Spreeuw die ik vandaag nam, vestigde mijn aandacht op de prachtige tekening van zijn/haar verenkleed. Dat de mooie kleuren van zijn soort niet naar voren kwamen vond ik niet erg. Deze kleine schoonheid deed mij echter terug denken aan een voorval met een soortgenoot van deze vogel.

Ik liep over de dijk die het Valkenburgse Meer toen nog in twee aparte meren deelde, om achterin te proberen een Snoekbaars te verschalken. Halverwege hoorde ik een angstig geluid van een vogel en ik keek omhoog. Daar werd een Spreeuw in volle snelheid achtervolgd door een Smelleken, een kleine Valken soort. Deze rovers vangen hun prooi tijdens de vlucht, dus de Spreeuw had geen kans. Tot …..

Toen ze bijna vlak boven mij waren, nam de Spreeuw een steile duik en kwam vlakbij naast mij op de grond zitten. Geen normaal gedrag denk ik. Het Smelleken had geen branie en maakte een overshoot (vloog door). Na enkele seconden, ging mijn spreeuw ook op de wieken. Wel in tegengestelde richting.Dit voorval deed mij voor de eerte keer denken dat alle wezens, ook de kleinsten kunnen denken en beslissingen nemen buiten hun instinct om.

Spreeuw bij VB Meer in volle zon. Lijkt zwart-wit maar is toch mooi.

Foto zelf

Smelleken , fotograaf onbekend.

Valkenburg – Valkenburg per kano (320 Kilometer)

Tot een tiental jaren en langer geleden, maakte ik bijna elk jaar een tocht per kajak van ongeveer een week door Nederland , dit van- en naar diverse plaatsen via de mooiste kleine vaarwateren. Ik deed dit met mijn jongere vismaatje Henkjan Vergunst. Over de prachtige dingen die wij vanaf het water in soms afgelegen gebieden zagen en meemaakten zou ik een boek kunnen schrijven

.Een van die tochten planden wij van Valkenburg Limburg naar ons eigen Valkenburg Zuid-Holland. Soms, als er geen vaarweg beschikbaar was, verplaatsten wij ons te voet over de weg met de kajak geplaatst op speciale wieltjes. Deze waren beladen met een tent, luchtbedden, slaapzakken, proviand en niet te vergeten natuurlijk water en een paar biertjes. Deze laatsten om water vergiftiging te voorkomen.

Van Valkenburg Limburg naar de Maas was zelfs voor de wieltjes methode te ver, dus kozen wij Borgharen, gelegen aan de Maas, als vertrek punt. Het was onze eerste lange tocht met in het begin snel stromend water, dus we waren in dat begin wel erg voorzichtig. De stroom op de Maas was in het begin behoorlijk, soms 10 km/u, bij de kleine stroom versnellinkjes. We waren echter al snel gewend en peddelden er op los.

In het begin was de Maas tevens de grens tussen Nederland en België. De normale scheepvaart ging over het oostelijker gelegen, diepe, evenwijdig lopende, Juliana Kanaal. We zetten elke dag aan het eind van de middag normaal ons tentje bij een camping of jachthaven op, kochten een patatje of zo en/of deden wat op ons primusje en namen een of meerdere biertjes.

Aan de Nederlandse kant werd soms heel moeilijk gedaan om te overnachten. Dit in tegendeel tot de Belgische kant, waar we zelfs een keer ons tentje in een kinderspeeltuin bij een zeer gezellige uitspanning mochten plaatsen. Indien geen camping of jachthaven binnen bereik was, gingen we wild. Daar hadden wij onze nood rantsoenen voor bij ons, zoals onder andere de eerder genoemde blikjes bier.

Na Maasbracht werd de Maas een stuk rustiger. Daar moesten we eerst nog even schutten in een sluis met een hoogte waar je een soort omgekeerde hoogtevrees van kreeg. Zeker in je kanootje tussen al die grote schepen. Ik droom er nog wel eens van als ik zwaar getafeld heb.

Na dat we dit laatste spannende moment achter de rug hadden, besloten we een plek te zoeken voor ons tentje. We vonden op de waterkaart een kleine camping aan het water van een grindgat noord van Maasbracht. We gingen door een ingang aan de ik dacht westelijke kant van de Maas. We kwamen aldaar eerst langs een industrie terrein. Vlak daarna was een zeer nauwe doorvaart naar het grindgat zelf. Die bestond uit een soort betonnen brug met daar onder de vaarweg. Het bestond uit één geheel, een soort tunneldeel. Vlak voor dat wij die brug naderden hadden wij, zonder er echt veel aandacht aan te besteden, op het industrie terrein een duwcombinatie aan de wal zien liggen bij een laad/losplaats van grind of zand. We voeren door de tunnel en kwamen op het grindgat. Dat was groter dan gedacht . De camping die we zochten wat niet te zien, dus we moesten even op de kaart kijken om de juiste koers naar die camping met behulp van het kompas te bepalen.

Ik deed de navigatie en Henkjan peddelde een stukje vooruit. Er stond een stevige noordwester. Ik had even tijd nodig om de zaak te voorschijn te halen en de kaart te bekijken. Door die zelfde noordwester waren wij weer enkele tientallen meters achteruit geblazen, ook wel deinzen genoemd. Onopgemerkt zaten we bijna weer in de tunnel.

Het ENGELTJE

.Henkjan keek op een moment even om en trok direct zijn peddels bijna aan stukken, onderwijl de grofste vloeken uitend. Die had ik van hem nog nooit eerder gehoord. Ik volgde zijn voorbeeld instinctief, zonder te spreken, keek direct om en ik overdrijf niet: ik zat misschien drie meter voor de boeg van de duwbak. Deze liep schuin van boven naar onder. Ik smeet de kaart neer, kon gelukkig mijn peddel snel pakken en begon als een idioot te peddelen. Ik had geluk, want als je in één keer snel kracht zet en je peddel schuin het water in gaat, kan het goed zijn dat je de kajak omtrekt. Dan had ik zeker tussen de bodem van die bak en de onderkant van het tunneltje gekomen en als hapklare brokken in het schroef water naar boven komen borrelen.

De duwbak had blijkbaar, niet lang na onze passage zijn plek verlaten en was richting gat gegaan. Daar de duwer achter de bak zat hadden wij niets gehoord en zij hadden ons niet gezien omdat we er vlak voor zaten.

Zo gauw wij de ruimte hadden gingen wij zeer snel stuur en bakboord uit en waren over de rooie. Zeker toen wij op de boeg van de bak een persoon ontwaarden die kennelijk als uitkijk fungeerde en vriendelijk naar ons lachte. Wat een …

Ik zei tegen Henkjan dat wij die boot zouden volgen tot hij afmeerde en ik die vent helemaal aan gort zou slaan. De snelheid die de combinatie ontwikkelde, de nakende duisternis maar ook het lokkende biertje op de camping deed ons hier toch maar van af zien. Soms, als ik hieraan terug denk, beleef ik het, als een video, weer. Niet dat ik er wakker van lig trouwens.

Het getal 320, zijnde het aantal kilometers van de afstand Valkenburg – Valkenburg, heeft waarschijnlijk geluk gebracht omdat het overeenkomt met het nummer van ons aller Squadron 320. Ik was en blijf filosofisch.