Na de start volgt natuurlijk de landing. We gingen er af met verschillende opdrachten. Meestal voor het beoefenen van onze primaire taak voor bescherming van het smaldeel tegen onderzeeboten. Omdat wanneer een vliegkampschip in tijd van oorlog een bepaalde (zelfs korte) tijd op een gelijke koers vaart, is zij een “sitting duck” voor een aanval van onder water. Daarom was de tijd voor “op landen” beperkt, daar werd dus op geoefend.
De ideale en dus beoefende tijd tussen twee landingen was 20 seconden. Op de foto is de volgende kist al zichtbaar.
Niet elke nadering eindigde natuurlijk in een arrester (deklanding).
Het kwam wel eens niet goed uit en moest doorgestart worden. Hierover later.