The Bridge

Bladerde wat. Was lang geleden met Jolanda in Thailand. We waren samen op eigen gelegenheid bij “de brug” en alle indrukwekkende dingen er omheen. We waren ook op het grote graf veld. Er waren toen een aantal Japanners die bij een monument als spijt betuiging een bijna eindeloze lijst met namen van alle slachtoffers van de ramp in die regio een voor een luid opriepen. Dat waren er duizenden en zij deden er dan ook enkele dagen over om die lijst af te werken.Ze vroegen aan buitenlandse bezoekers, waar zij vandaan kwamen. Ik antwoordde toen, uit Nederland. Ik werd naar voren geroepen om een aantal namen van Nederlandse slachtoffers hardop in mijn taal voor te lezen Dat deed ik. Ik kende deze mannen achter de namen niet, maar het maakte toen en nu ik deze foto weer zie heel veel indruk.Er zaten er misschien wel tussen van de Koninklijke Marine en de Marine Luchtvaartdienst. Ik weet het niet meer, maar al was het er maar een, ik zou trots zijn.

Jolanda op de brug, nest spannend
De indrukwekkende ceremonie

Lossiemouth

Long time a go kwamen wij vaak op het vliegveld RAF Kinloss, gelegen in Schotland. Vandaar vlogen wij heel veel operationele vluchten en oefeningen. Dichtbij was echter ook een vliegveld van de Navy gelegen waar we af en toe kwamen, Lossiemouth. Het was wat knusser daar en we kregen elke dag een Tod (rum). Zoals ik zei, het was er veel gezelliger dan bij de RAF. Er werd natuurlijk ook gevlogen. Wij deden dat volop, zo ook de Buccaneers. Waarvan een foto.

Buccaneer lekker laag.

De Neptune 203

Een van de Neptunes waar ik het meest op trip naar diverse landen en detachering op Curaçao ben geweest is de 203. Ik krijg altijd een speciaal gevoel als ik een foto van haar zie. Hier een paar.

Lekker laag bij airshow te Prestwick met Cor Cruijf aan het roer.

Een gedeelte van bemanning Delta tijdens Koninginnedag.

Boven vlnr: Appie Vuil (Tacco), Arie Turenhout (Mecano), Fred de Vries (Konstabel), Jan Herberts Vlieger, Vliegtuigcommandant), Miel Koelhuis (Mecano)
Onder: Bram Streefkerk (Sensor operator), Jan Vroege (Sensor operator), Theo Jansen (Vlieger)

Zelfde bemanning ook in de West met Jan Laurijssen 2e van links (Waarnemer)

Foto uit de tijd vóór de witte rug die werd aangebracht voor de trips naar Curaçao

Okean klasse (ELINT)

In de tijd dat ik met de Stoef vloog vanaf de Karel Doorman nam ik vaak Soviet schepen waar die het smaldeel volgden. Het waren een soort als visser schepen ogende vaartuigen die echter een onwaarschijnlijk hoog aantal antennes en nog andere uitsteeksels hadden.

Het waren de zogenaamde ELINT’s (Electronic Intelligence) schepen. De mannen aan boord waren geen vissers, doch in hun vak opgeleide spionnen. Zij onderschepten, registreerden, fotografeerden alles wat het smaldeel of vliegtuigen uitzonden of uitspookten. Ik praat dan onder andere over het radio verkeer, manoeuvres, procedures en het gebruik van radar en sonar.

Ook op de Neptune tijdens de Koude Oorlog kwamen wij de mannen veel tegen. Hier een foto van de OKEAN klasse. Het schip op de foto draagt de naam LINZA. Vaak tegen gekomen.
Ik moest altijd aan mij zelf denken bij dit type. OK jan.

De LINZA

De “Foam plate”

Het was 7 februari 1978. We stonden met crew Delta gepland om met de Neptune 217 een torn van 4 maanden in de West te gaan maken. We hadden de kist de 5e al proef gevlogen, maar de MAD , (Magnetic Anomaly Detection) het apparaat wat zich in de punt van de staart bevindt, moest nog gecheckt worden.

Dit apparaat meet afwijkingen in het aard magnetisch veld, welke ook door een onderzeeboot veroorzaakt worden. Het moet daar voor “gecompenseerd” worden. Het gaat te ver om dit helemaal uit te leggen, maar er zijn bepaalde vlieg bewegingen nodig om dit te doen. Er moeten zogenaamde “rolls, pitches en yaws” gemaakt worden.
De bewegingen moeten op grotere hoogte worden uitgevoerd, om storingen vanaf de grond zoveel als mogelijk te ontlopen. Wij zaten meestal rond de 8000 voet.

We startten om 14.10 en klommen naar hoogte. Ik controleerde en regelde de MAD af. Dit vond plaats in de neus, waar zich de bediening en de indicator (een soort papier rol waar een pen op schreef) zich bevonden. We begonnen met de rolls. Ik compenseerde de storing die dat opleverde. Hierna gingen we de pitches maken. Hierbij maakte het vliegtuig “nose up-nose down” bewegingen. Ik merkte, zo ook de cockpit, dat bij het “nose up” de kist een beetje begon te schudden.

Cor Vennik en Theo Jansen waren de vliegers. Cor zat links en vloog dus dacht ik. Hij zei: “Het lijkt wel of de kist bij nose up overtrekt (Stallt)”. Het compenseren werd even vergeten en men ging zich concentreren op de vlieg eigenschappen van de 217.
De kist bleek inderdaad bij nose up met 155 knopen snelheid te overtrekken. Bij inspectie van de vleugels vanuit achterin bleek dat de zogenaamde “Foam plate” van bakboord motor aan de voorkant los was en als een soort “air brake” de luchtstroom over bakboord vleugel verstoorde en er dus ook minder “lift” aanwezig was.

De Foam plate was een plaat die van onder andere de olie vuldop afdekte en met speciale klik schroeven (quick donuts) snel kon worden verwijderd en geplaatst natuurlijk. Deze deden in dit geval aan de voorkant niet wat zij moesten doen, of hadden het begeven.

In de cockpit maakte men zich zorgen om die overtrek. Een landing met 155 knopen was niet aanlokkelijk. Er werden diverse bewegingen met een combinatie van de aantal graden flaps uitgeprobeerd. Tot onze niet geringe genoeg doening bleek dat de kist met full flaps zeer waarschijnlijk een normalere landing met een betere snelheid kon maken. Dit geschiedde.

De 10e vertrokken we om 10.08 en landden 18.20 op Lajes Azoren. De rest van de reis ging ook “as advertised”.

P.S. Rolls: Vleugels op en neer zoals bij een groet.
Pitches: Kist nose up – nose down.
Yaws: Kist met voetenroer nose left – nose right.

Zeer fraaie opname V-217

Mijn mooie B-jager HRMS Utrecht

Ik had in 1973 een vaarperiode op HRMS Utrecht. Een geweldige tijd, ook tijdens een term in de West die daar deel van uit maakte. Ik maakte een onvergetelijke tijd mee.

Een prachtige reis met bezoek aan diverse havens in de Carib maakte daar deel van uit. Er werd geruime tijd voor uit getrokken om deze plekken, op welke manier dan ook, te bezoeken. Het was te vergelijken met een cruise, alleen de drankjes waren goedkoper. Het was natuurlijk ook “Show the Flag”, maar dat boeide de meesten van ons minder.

Voor alle duidelijkheid, ik was, en ben er van overtuigd dat er ter wereld geen betere onderzeebootjager bestond dan de onze. Wat had ik als MLD’er een band met dat schip (en de bemanning). De foto toont alle plaatsen die wij bezochten. Als ik al de avonturen moest vertellen die ik daar mee maakte, was ik wel ffe bezig.

De Trip der Trippen

Narrow escape in Barcelona

Churandy Martina heeft eens een prachte snelle race gelopen. Dit deed mij denken aan Curaçao waar veel maten, waaronder ik, bijna vergelijkbare tijden hebben gerealiseerd. Dit wanneer wij werden achtervolgd door de MP in Campo Allegro.
Ook wisten wij als geen ander hoge hekken met prikkeldraad zeer behendig te nemen. Het zo genaamde “pintracen” Helaas is dit nooit een Olympische sport geworden.

Een maal heb ik denk ik dezelfde tijd waargemaakt.
We lagen met de Karel Doorman in Barcelona. Joep Weyers, mijn maatje, en ik hadden ons opgedoft om eens lekker te gaan stappen. Netjes met schone kraag en borstlap alleen natuurlijk geen strakke pet veer. Korporaals JC, dus nog zonder stropdas.
Ongewild geraakten wij toch in een buurt waar café’s de overhand hadden. We gingen naar binnen in een van deze met openslaande deuren. De gehele zijkant naar de straat was geopend. De muziek was overweldigend en het bier zag er zéér aanlokkelijk uit.
We kwamen er niet onder uit, dus we namen er maar een.

Terwijl de eerste slok door mijn keelgat gleed, ontwaarde ik een zielig figuur op de grond. Hij lag in zijn eigen kots te snurken.
Bij navraag bleek het een Engelse zeeman te zijn die kennelijk iets te veel had gedronken. Misschien was zijn biertje verkeerd gevallen, of hij had te weinig gegeten. Mijn sociale gevoelens kwamen boven en ik besloot hem te gaan helpen.
Ik tilde hem voorzichtig op en bracht hem weer in verticale houding. Hierdoor hervond de bloedcirculatie van deze zeeman waarschijnlijk weer zijn normale weg want hij kwam bij.
Hij opende zijn ogen, althans gedeeltelijk, keek mij aan en als dank gaf hij mij een stomp op mijn neus. Dit druiste tegen al mijn gevoelens van rechtmatigheid in en ik beantwoordde zijn actie met een soortgelijke.
Deze deed bij hem, voor een redelijke tijd neem ik aan, de lichten doven.

Op het zelfde moment van mijn actie en zijn ineenstorting, keek ik toevallig naar buiten.
Recht in de ogen van twee, zo leek het mij althans, zéér moordlustige Guardia Civil.
Daar zij slechts het slot van het drama in de kroeg hadden kunnen zien, realiseerde ik me dat ik me er, zeker niet in het Spaans, uit zou kunnen lullen.
Binnen een microseconde nam ik de beslissing om aan mijn palen te trekken.

Ik deed mijn stormbandje om en gaf vol gas. Joep verbaasd achterlatend. Alles was echter zo snel gegaan dat hij waarschijnlijk geen idee had wat er loos was.
Ik liep, gedreven door de moordlust in de ogen van die lui met die harde petjes, als aangeschoten wild door de meest lugubere donkere straatjes zonder enig idee waar ik uit zou komen. Ik hoorde de laarzen van mijn belagers als paardenhoeven vlak achter mij. Hun laarzen waren beslagen met ijzers. Dat was tevens mijn geluk. Ik hoorde ze af en toe wegglijden. Het geluid van die hoeven ging af en toe uit cadans. Dan hoorde ik een zoevend geluid achter mijn hoofd. De klootzakken probeerden mij de hersens in te slaan met hun lange wapenstokken. Het ging allemaal te snel om bang te worden. Overleven was waar ik aan dacht.

Plotseling rende ik een donker straatje uit en liep recht op de valreep van de Doorman af. Plotseling dat grote schip, als in een film, zo onwerkelijk.
Zonder gas terug te nemen rende ik de valreep op. Groeten voor de vlag was niet nodig, het was donker.
Ook zonder gas terug te nemen passeerde ik de volledige valreep wacht. Dit om herkenning te voorkomen. Zij bleven, lichtelijk in verwarring, achter.
Als een haas verplaatste ik mij door het labyrint van ons vliegkampschip. Nog nooit had ik ons verblijf, 1.G.10.82, zo snel gevonden.
Ik trok zo snel mogelijk mijn pakkie uit en dook onder wol. Alleen Joep zou mij kunnen vinden.

De potentiële moordenaars.