Jerry en de Toyota

Het was begin zeventig. Joep Weijers was van plan om met zijn echtgenote een bezoek aan een bioscoop in de Steenstraat te Leiden te brengen. Omdat het een populaire film was, ging hij ruim van te voren een kaartje bestellen, maar hij moest toch in de rij staan.
Terwijl hij daar zo stond te wachten, werd hij benaderd door een zo te zien nette man.
Deze sprak hem aan en toonde hem twee prachtige horloges. Hij vroeg er fl. 250,- voor. Voor die tijd een hoog bedrag. Hij zei daar bij dat Joep in de nabij gelegen horloge winkel in de etalage de echte prijs kon zien, die vele malen hoger was.

Zonder dat de man het wist raakte hij een gevoelige snaar bij Joep. Joep dacht vaker dat hij een slimme deal kon maken. Hij had niet zo veel geld bij zich, maar maakte een afspraak met de man dat hij hem zou betalen na dat hij het geld, of toen der tijd een post cheque, thuis had op gehaald. Aldus geschiedde en Joep ging met zijn echtgenote naar de film.

De volgende dag ging hij naar de juwelier om de horloges te laten controleren. Deze had al snel gezien dat Joep de komma van zijn geld een plaats naar links had kunnen plaatsen.
Hij was genaaid. Tot zover de deal van de dag.

Joep en ik hebben vier maal samen een term met de Neptune naar Curaçao gemaakt. zo ook vlak na de vorige gebeurtenis. Het was toen de gewoonte dat in Curaçao de bemanningen die aankwamen, auto’s voor eigen vervoer over namen van de bemanningen die naar Nederland gingen. Deze auto’s waren veelal eigendom van Jerry. Een Curaçaoenaar met enorme afmetingen maar met een klein hartje. Hij was werkzaam op de flight en in de hangaar.

Zijn auto’s waren verre van nieuw en hadden allemaal zo hun eigen bijzonderheden. Zo was er onder andere een donker groene Toyota Corolla, met een draaicirkel over links die twee maal zo groot was als over rechts. Je moest er even rekening houden met keren.
Soms werd al vanuit Nederland de onderlinge verkoop geregeld. Ook deze maal hadden Joep en ik een afspraak. Deze keer met de korporaal zieken pa op Hato. Tijdens de onderhandelingen hadden Joep en ik al geen goed gevoel over deze deal. We vroegen : het is toch niet die bepaalde Toyota? Hij verzekerde ons dat dit niet het geval was.

Na een voorspoedige ferry kwamen we aan in Curaçao. Joep en ik hadden daar een vast oppas huis. We waren dus na een drankje in het vliegdienst gebouw snel klaar om ons daar naar toe te begeven. We namen de autosleutel over van de zieken pa en betaalden hem. Tot onze grote verbazing en ergernis was het toch die groene Toyota. Hij verzekerde ons echter dat hij helemaal was gereviseerd en in prima staat was.

We gingen snel naar huis en begroetten met veel plezier en liefde onze trouwe hond Tarzan, die gilde van blijdschap. Die ging weer een fijne tijd tegemoet, dat wist hij. De volgende dag moesten we even naar Punda. We namen de Julianabrug over de Annabaai.
Halverwege het hoogste punt begon de auto al snelheid te verliezen. Dit werd steeds erger.
Op een gegeven moment haalden we de 20 km niet eens. Er ontstond een gevaarlijke situatie. We werden ingehaald, maar er waren ook tegen liggers. Wij gaven vol gas, maar dat had geen enkel effect. De koppeling slipte, maar meer waarschijnlijk gaven de cylinders geen power. We vervloekten de ziekenpa en hoopten dat hij voor onze auto zou verschijnen.
Al had hij ons met deze snelheid lopend makkelijk voor kunnen blijven.

We sukkelden over de top en rolden de brug af. We parkeerden op de eerste de beste plek.
We namen ons voor om met dit lijk geen meter meer te rijden. We gingen naar huis en belden Jerry. Hij kwam ons halen en nam ons mee naar Hato. Daar aangekomen gingen Joep en ik rechtstreeks naar de ziekenboeg. De oplichter zat achter zijn bureau en keek vreemd op toen Joep de deur achter ons op slot draaide.

We vertelden hem dat hij ons in redelijk groot gevaar had gebracht. Kort en bondig lieten wij hem weten dat hij snel met onze centen over de brug moest komen, daar er anders niet genoeg verband middelen in zijn domein aanwezig zouden zijn voor volledig herstel.
Hij schrok erg. Zijn duidelijk aanwezig kleuren schema veranderde van getint naar licht getint.
Hij graaide in een bureau lade en toverde onze centen tevoorschijn. Na nog enkele sneren verlieten wij de ziekenboeg en begaven ons richting Jerry.

Deze stelden wij verantwoordelijk voor de slechte staat van de Toyata en eisten een andere auto. We kregen een oude Peugeot 404 die we al een keer eerder hadden gehad.
Daar kon eigenlijk niets kapot aan gaan, een carrosserie als een tank. De motor was een iets zwakker punt. Dat kwam de volgende dag tot uiting. Toen we naar Hato wilden wilde deze niet starten. We belden Jerry, hij kwam er aan.

Joep kreeg een briljant idee, we zouden hem op de koffie vragen en hij zou de horloges op tafel leggen. Aldus geschiedde. Toen de motor het weer deed kwam Jerry even een bakkie doen. We zeiden niets, maar we zagen zijn ogen onweerstaanbaar aangetrokken worden door de horloges.

Vind je ze mooi, vroeg Joep. Ze zijn te koop. Hij noemde en prijs. Jerry vond die te hoog. Hij vond vooral het heren horloge mooi. Ik heb een voorstel zei Joep. Als wij die vier maanden gratis in die Peugeot mogen rijden, krijg jij dat horloge. Deal.

Jerry was ook niet gek. We hoorden later dat hij in de buurt waar hij woonde 300 lootjes van fl 1.- Antil had verkocht met de kans het horloge te winnen. Er was dus een winnaar. Maar toen deze een keer aan een van de knopjes kwam, gaf het pronkstuk de geest.
Om te voorkomen dat hij een slechte naam, of meer, in de buurt zou krijgen betaalde Jerry alle deelnemers terug.

Hij was echter heel sportief. Hij heeft nooit geld gevraagd voor het gebruik van de Peugeot.
Als hij in de verte op de flight liep, riepen we hem wel eens aan.
“Jerry !!!”. “Ja ????”. We wezen dan op onze pols en riepen: “Hoe laat is het?”.
“STOUTE JONGENS!!!”.

Eenzaamheid

Ik had sinds ongeveer een half jaar last van mijn rechteroog. Ik was daarvoor van de week in het LUMC voor een check.
Ik zat in de wachtkamer, een beetje aan de zijkant, toen er een meneer schuin tegenover mij kwam zitten. Hij had net een bakkie genomen.
Ik nam hem op en dacht te zien dat hij het niet breed had. Hij had een soort ribfluwelen pak aan, waarvan door de tand des tijds de originele kleur niet meer was vast te stellen. Hij had een rood witte wandelstok. Hij zat denk ik verlegen om een praatje. Nou zat ik daar niet echt op te wachten in een volle wachtkamer, maar van hem kon ik het op een of andere manier hebben. Hij begon:

“Als u een bakkie koffie wilt hebben, kunt u dat pakken daar achterin”. Hij wees naar de andere kant van de grote wacht kamer.
“Dank u”. Ik ging er een pakken en nam me voor om ergens anders plaats te nemen. Toen ik mijn bakkie had, bedacht ik me. Ik zag het als een soort verraad. Op de weg terug glimlachten sommige mensen naar me. Ik zag aan hun glimlach dat zij blij waren dat zij daar niet zaten. Misschien verkeerd gedacht van mij, maar toch. Ik ging weer naast hem zitten.

“Ik moet straks weer terug naar huis. Eerst nog een bakkie want ik moet nog even”.
“Waar woont u dan?”.
“In Katwijk, daar kom je niet gauw tussen”.
“Waar in Katwijk?”
“In een aanleunwoning tegenover de Brittenburg. Toen ik daar pas woonde, ging ik langs bij de buren. Zij deden de deur een beetje open en vroegen wat ik kwam doen. Ik zei dat ik de nieuwe buurman was en me even kwam voorstellen. Sommigen gooiden de deur snel dicht”.
“Ik kon wel in de Rijn springen”.

“Wat heeft u met uw ogen?”
“Ik woonde alleen in een fijn buurtje in Leiden. Op een dag keek ik naar de televisie en zag opeens alleen maar vlammende kleuren. Ik ben naar het ziekenhuis gebracht, ik zag weinig meer. Ze hebben nu pas een hoornvlies getransplanteerd en ik kan nu aardig goed uit dat oog kijken. Maar omdat ik toen niets meer kon, werd ik in die aanleunwoning geplaatst”.

“Woont u alleen?”
“Ja”.
“Geen familie?”
“Nee, niemand. Ik heb ook longkanker. Een tijd terug kreeg ik helemaal geen lucht meer. Ik werd drie weken opgenomen in het ziekenhuis. Ik had een hondje het was al oud en een beetje ziek. Dat hebben ze toen in een asiel geplaatst. Toen ik dat hoorde konden ze me bijna niet houden. Toen ik thuis kwam het hondje op mij af met zijn speeltje. Likte me en viel dood neer. Zij had op mij gewacht”.
“Ik kon wel in de Rijn springen”.

“Heeft u nu een ander hondje?”.
“Ja, gelukkig wel. Een Maltezer Leeuwtje”.
“Kunt u die zelf uitlaten?”
“Ja, dat is het enige wat ik heb. Als er iets met haar gebeurt, zal ik me geen raad weten”.
“Ik zal in de Rijn springen”.

Ik werd weg geroepen. Toen ik terug kwam, was zijn stoel leeg.

Car check runway 17

Het verhaal over de car-check is kort, maar een van mijn favorieten. Zoals ik al eerder zei, speelden deze verhalen zich soms af in een heel andere tijd dan nu. Tegenwoordig bezitten velen een auto of op zijn minst een scooter/brommer. In de tijd van dit verhaal, niet dus. Ik praat over de tijd van voor 1962, toen ik bij de MLD kwam.

Drie in die tijd onder officieren vliegers hadden samen, ondernemend als ze waren, een tweedehands auto gekocht.
Zij waren nieuwsgierig naar de prestaties en wilden die checken op de startbaan.
Hiermee moest natuurlijk tot op het juiste moment gewacht worden.
Dit deed zich op een gegeven moment voor. Veld gesloten en de meeste mensen naar huis. Dus waarschijnlijk na vast werken. Of tijdens het weekend. Ik vermoed het laatste.

Er werd gekozen voor de korte, baan “17”. Zij lijnden op en het gas pedaal werd diep ingetrapt.
De prestaties voor wat betreft aceleratie en snelheid vielen niet tegen en er werd dan ook tot het uiterste gegaan.
Het moment van snelheid verminderen brak aan. Het rempedaal werd zachtjes beroerd.
Jammer, het had geen enkel effect. Ook vol remmen had geen invloed op de voorwaartse snelheid. Daar relatief kort voor het einde van de baan was begonnen met remmen, werd deze al snel gepasseerd.

Zij kwamen terecht in het stuk grasland tussen het einde van deze baan (kop 35) en de Wassenaarse Wetering. Ook dit kon hun snelheid niet voldoende terugbrengen en zij “ditchten” tenslotte met hun voiture in deze grote boezem met een gemiddelde diepte van een meter, soms meer door de ruim aanwezige modder.

Misschien mede door de veelvuldige oefening “Dingy Drill” bij de MLD, wisten zij gelukkig snel te ontsnappen.
De volgende dag werd door middel van een hefkraan (crashwagen?) de auto geborgen.
Hij was afgeschreven, zeker gezien het feit dat een bollenschuit of ander vaartuig, het dak had voorzien van diverse scherpe deuken met regelmatige tussen afstanden. Hetgeen wees op een scheep schroef.

Jan Klaaszoon. jr

Een unieke combinatie van geluid en geur.

In 1973 werd ik voor een vaarperiode van ongeveer anderhalf jaar geplaatst op Hr. Ms. Utrecht een prachtige B-jager. Dit omdat als ik vlieg medisch afgekeurd zou worden, geruisloos over kon gaan naar een plaatsing bij de varende Marine.
Waarschijnlijk omdat men in Den Haag dacht dat wij als MLD’ers altijd bij moeders op de bank zaten, plaatsten zij mij op dit schip. Het ging namelijk als station schip naar de West.

Daar had ik het echter spinnend naar mijn zin en het werk deed ik ook met plezier.
Ik was Chef Elektronische Oorlog Voering (CEOV). Daar er toen in de West weinig elektronische oorlogvoering plaats vond, had ik ook andere bij komende taken.
Een daarvan was het bij ceremoniële activiteiten aanwezig te zijn op de brug voor hand en spandiensten, onder andere aan de seiners. Ook had ik de niet te onderschatten taak om de microfoon van de scheepsomroep voor de uitlaat van de trompet van de hoorn blazer te houden.
Dit dus wanneer deze ceremonies gepaard gingen met hoornsignalen, opdat iedereen aan boord of in de nabijheid daar van, de progressie van het evenement kon volgen en de daar bij passende houding kon aan nemen.

Deze hoornblazer, was een in de voetsporen van Jan Klaaszoon uit het leger van de Prins getreden trompettist. Het was een nautische medewerker met de rang van matroos der eerste klasse.
Onze samenwerking was goed, doch er waren soms toch wel enkele omstandigheden, die de uitvoering van onze taak, zij het licht, beïnvloedden.

Daar de temperatuur in de West aanzienlijk hoger is dan hier in Europa kun je ervan uitgaan dat de behoefte aan dorstlessende middelen evenredig toeneemt. Zo ook natuurlijk bij mijn trompetter.
Nu waren er uiteraard ook verschillende vloeistoffen welke deze lessing bewerkstelligden.
Het voor- of nadeel, hoe je het ook wilt noemen, was dat zij alcohol konden bevatten. Met de woorden van nummer 14 te spreken: “Elk nadeel heeft zijn voordeel”.

Het gebeurde soms bij een ceremonie dat bij de eerste klank uit de trompet mijn reuk orgaan hetzelfde waarnam als bij het aanslaan van een vat bier. Ik keek hem dan recht langs het instrument in de soms wat waterige ogen. Hierdoor werd hij denk ik onzeker.

Er veranderde iets in zijn blik maar ook in zijn toonvastheid. Zijn prachtige tonen gingen daarna soms gepaard met uitschieters in een heel andere octaaf. Het afwenden van mijn blik bracht jammer genoeg ook geen merkbare verbetering te weeg.

Inwendig moest ik er erg om lachen, ik denk meerderen. Ik heb nooit vernomen dat er disciplinaire maatregelen tegen hem zijn genomen vanwege zijn soms aanwezige toon-onvastheid. Althans niet tijdens onze fantastische term.

De verteller

Als jongeling van 15, was ik werkzaam als telegram besteller bij de PTT. Dit geschiedde met een Solex. Een soort dikke fiets voort gedreven door een kleine motor waarvan een soort slijpsteen de voorband rond deed draaien. Die versleten dan ook snel, de voorbanden dus.
Ik kwam in aanraking met een leeftijds genoot die zijn tijd vooruit was.
Hij verkocht voorbehoedsmiddelen en voor een dubbeltje A4 tjes met erotische verhalen die hij zelf had geschreven. Hij heette Joop Wilhelmus.
Ik vond hem een griezel wat al snel ontaardde in een confrontatie en een knokpartij.
Ik kwam zelf ook niet geheel ongeschonden uit de strijd, maar mocht het genoegen smaken om een tijdje naar zijn blauwe oog te mogen kijken.
Hij was jaren later een van de eersten die met “vieze boekjes” kwam. Het was de Chick, de tegenhanger van de Candy. Dit in de jaren zeventig. Hij werd extreem rijk.Tot zover het voorwoord.

In die zelfde tijd maakten wij onze detacheringen met de Neptune naar Curaçao en hadden ook wat oefeningen wat verder weg. Bij beiden was er vaak een lange transit tijd.
Tijdens deze, na dat alle apparatuur was gechecked, verpoosden de bemanning leden die niet echt met de voortstuwing, navigatie of communicatie bezig waren, zich met lezen, dom kijken of “wat dan ook”. Bij dit laatste kwam soms onze Joop weer even om de hoek kijken.

Als alles naar behoren werkte kwam er een soort serene rust over de bemanning. De vliegers bladerden in diverse berichten en boekjes, de meccano’s gingen in hun karakteristieke houding met hun schouder tegen de linker post. Met tussenpozen checkten zij de bougies op de analyzer, rommelden wat aan het gas en aan het mengsel.
Zij zorgden voor een niet te evenaren mooi geluid van twee grote stampers in synchronisatie. En voor zuinig verbruik. Hetgeen hij noteerde in zijm “How goes it” Een kromme die hij bijhield op een formulier.
De waarnemer rommelde met potlood en passer op zijn plot en zorgde voor het bijhouden van de positie. Of die juist was was sterk afhankelijk van de juiste gegevens van de navigatie middelen op grote afstand van hun bron van uitzending.
Drift meten en zonnetje schieten waren er twee die echt juist waren. De telegrafist luisterde ondertussen op zij kakelende HF radio.

Zoals u misschien wel begrijpt was dit op dat moment een rustig bedrijf. Ook enkelen deden niets anders dan een beetje dom kijken.
Om dit alles een beetje op te vrolijken was er een konstabel die zijn eigen manier had ons een beetje bij de les te houden. Hij las dan voor “Uit eigen werk”‘.
Hij deed dit over de Intercom. Deze had een speciale stand SELECT. Die werd gebruikt wanneer men met elkaar wilde praten, wel of niet operationeel, om de Intercom te ontlasten.

Onze verteller begon zijn verhaal met: “Ik ga voorlezen uit eigen werk op SELECT”.
Velen van ons wisten wat er kwam, dus je was vrij om mee te gaan of niet.
Ik zag soms toch vele handjes naar de Intercom Box gaan.
Hij begon standaard met een vrij heftig verhaal uit de Shick of de Candy. Hij vulde dit aan met eigen opmerkingen van zijn bijzondere humor en het geheel werd compleet door zijn muzikale Haags accent. Hij deed de tranen bij velen van ons over de wangen biggelen.
Nooit gedacht ik nog om een verhaal van Joop Wilhelmus zou lachen.

Na dat we uit gelachen waren gingen we er voor, maar dat is een ander verhaal.

203 in start of landing. flaps op 1/3 of 2/3 en wielen gaan net in of uit. Wie het weet van start of landing mag het zeggen.

Arrestatie in Tirol

Zoals wellicht velen heb ik genoten van de sneeuw van de afgelopen dagen. Ik kon dat omdat ik een dagje ouder ben en er op dat moment geen noodzaak was om me in dit natuur geweld te mengen.
Ik ging, bijna onbewust, toch weer terug in de tijd. Zoals ik al zei, ik had toch niets anders te doen.
Ik heb vele jaren op de lange latten gestaan. Door overschatting van mijn kundigheid en tevens overmoed, ben ik een aantal malen afgestraft. Dit met soms zeer pijnlijke gevolgen.

Wij skieden meestal in het Pustertal gelegen in Oost Tirol. Het plaatsje heette Sillian,
vlak bij de Italiaanse grens gelegen. Ik stortte een keer af en kon bij het opstaan mijn linker arm niet meer gebruiken. Op de slee naar de ambulance en toen naar het plaatsje Innichen vervoerd. Daar was een ziekenhuis waar een tordatie werd vastgesteld.
Je sleutelbeen breekt dan niet, maar schiet van je schouderblad af, of zo iets. Pijnlijk.
Innichen lag in Italië. Niet belangrijk maar ik kom er op terug.

Het prachtige stadje Innichen. Is trouwens ook Oostenrijks geweest.

Een drie of viertal jaren geleden was ik weer aan het glijden in Sillian. Op een dag sneeuwde het stevig. Daar ik mijn blessures allen met slecht zicht had op gelopen, besloot ik te gaan wandelen.
Ik koos voor een schitterend pad langs de rivier de Drau. Hij ontstaat als een soort beek in de omgeving van Innichen en loopt via Sillian, Lienz en weet ik nog veel meer plaatsen(tjes), om uiteindelijk na 749 km als een beste rivier in de Donau uit te monden.
Ik startte in Innichen omdat het vandaar stroom afwaarts was, loopt makkelijker dan stroom opwaarts.

Ik genoot van mijn wandeling. Ik alleen in die prachtige natuur. Ik ben niemand tegen gekomen. Maar af en toe kwam ik toch langs wat woningen, boerderijen en zo.
Misschien was ik omdat ik daar in mijn eentje de (onzichtbare) grens aan het oversteken was, toch voor enkele van de bewoners verdacht. Denk ik.

Toen ik halverwege Innichen – Sillian was, hoorde ik opeens een auto achter mij naderen. Ik stopte en zag een Italiaanse politie auto van de Carabirini. Er stapten twee politie mannen uit. Ik dacht even dat ik terug in de tijd van Nazi Duitsland was.
Dit vanwege hun uniformen die mij daar sterk aan deden denken.

Zij deden mij aan ndere tijden denken.


Zij stapten uit en bevolen mij nors om achter in hun VW polo’tje plaats te nemen.
Ik begreep dat ik was gearresteerd.

Mijn vervoer naar de nor.

De achterbank van de polo was met het voorste gedeelte gescheiden door een soort stalen kooi. Ik voelde mij niet echt op mijn gemak. Zonder iets te zeggen reden zij de vijf kilometer die ik had afgelegd terug naar Innichen. Daar hadden zij een soort van bureau, waar ik direct in een kamer werd opgesloten en alleen werd gelaten.
Ik was lichtelijk verward en de woede kwam langzaam in mij op zetten. Ik besefte in mijn machteloosheid echter ook dat ik mij diam (Indonesich voor rustig) moest houden. Ik heb veel Yoga gedaan, dat kwam van pas, ik kon me ontspannen.

Af en toe kwam een van de agenten die mij gepakt hadden mij fotograferen. Van alle kanten, nog net niet in mijn blote kont. Daarna zat ik weer een tijd alleen.
Dit alles zonder iets te zeggen. Een keer nam hij een foto vlak voor mijn gezicht. Het kon niet anders dan dat ik daar erg vertekend, met een dikke neus, op stond.
Dat klopte, want ik hoorde ze even later gieren van het lachen. De aderen aan mijn slapen begonnen licht te kloppen.

Opeens kwam de andere agent binnen en bleek plotseling ook Duits te spreken. Ik zag dat hij zich een beetje geneerde voor alles. Ik vroeg vriendelijk aan hem waarom ik daar zat. Hij zei dat ik een soort van dubbelganger van een zeer gezochte misdadiger c.q. terrorist was.

Ik kreeg ook door dat zij zich klaar maakten om naar huis te gaan. Het was namelijk zaterdag. Ik vreesde licht dat ik daar tot na het weekend moest verpozen.

Na enkele uren gevangenschap werd mij echter,zonder enige excuses, de vrijheid aangeboden. Ik nam aan dat zij mij wel even met de auto naar Sillian zouden brengen.
Niets was echter minder waar. Zij wezen mij de bushalte.
Ik kookte maar ik bleef beleefd en wenste hun commandant een prettig weekend.
Ik denk achteraf dat ik hun mischien wel een lesje zelf beheersing heb geleerd.

Zo vriendelijk keken ze bij mij niet.

Instructie film over ski-techniek

Aan het einde van de vrij heftige sneeuwval van heden middag, waagde ik het rond vijf uur buiten een Hertog Jannetje te halen. Deze staan verborgen achter mijn boot. Dit om speculaties omtrent mijn verbruik door omwonenden te voorkomen.

Mijn tuin was bedekt met een prachtig dek van sneeuw, de open haard brande en Femke lag geheel relaxed in de mand. Dus, mede door het juiste uur, ook de juiste tijd voor een biertje voor het eten.

Voor de tijd van deze actie was al enige tijd de dooi in getreden. Dit had een verraderlijke gladde substantie van half ijs half sneeuw en water onder het sneeuwdek tot gevolg. Dit fenomeen was van boven af niet te zien en ik ondervond dat dan ook pas onverwachts bij de eerste stappen die ik buitengaats maakte.

Ik was op mijn favoriete geruite pantoffels, De eerder beschreven substantie zorgde er voor dat ik direct in mijn schoeisel liep te soppen, maar ook dat ik mij alleen schuifelend kon verplaatsen.
Elke beweging , met hoe weinig kracht ook uitgevoerd, had als gevolg dat mijn onderdanen zich in alle richtingen begaven behalve de goeie.
Als goed militair heb ik mijn missie toch naar alle ( eigen) tevredenheid voltooid.

Dit voorgaande deed mij weer denken aan een anekdote die ik vorig jaar rond deze tijd heb geplaatst.
Ik heb vorig jaar van diverse vrienden en volgers op FB goede en dankbare reacties gekregen, op mijn nu volgende korte instructie film.
Omdat er in het afgelopen jaar toch meer van hen op dit media zijn bij gekomen en misschien deze film niet kennen én van plan zijn op de lange latten te gaan staan, herhaal ik deze.

Ikzelf ga misschien ook nog glijden. Maar de afdalingshoek hou ik graag tot op niet meer dan dertig graden. Misschien, door het weer van vandaag zelfs twintig.

4 Banderas

Ik zag op Face Book dat KLTZ bd Rien Maas is overleden. Dat hij moge rusten in vrede.

Toen ik dat las gingen mijn gedachten terug in de tijd. Wij waren vanaf 16 februari 1979 voor 4 maanden met de Neptune 216 gedetacheerd op Curacao. Hij was vanaf 23 febrari eerste vlieger en vliegtuig commandant van onze bemanning. Niet verkeerd en hij ging graag op trip.

Op een dag kregen wij, bemanning Delta, de opdracht deel te nemen aan een
oefening met onder andere de Marine van Colombia. De oefening heette “4 BANDERAS”.
De andere twee waren dacht ik Amerika en Frankrijk.
Aldus geschiedde.
We werden geaccomodeerd in een hotel in Cartagena. Niet echt ongezellig.

Op de dag van aanvang der oefening heerste er grote consternatrie op het vliegveld.
Er was een schip met drugs c.q. wapen smokkelaars onderschept door een patrouille boot van de Columbiaanse Marine.
Onverwacht was het vuur door de bandieten geopend waarbij twee officieren werden gedood.

Het schip waar mee alles had plaats gevonden, was bekend. Alleen hadden zij het vermoeden dat het schip was over geverfd en dat zij zich schuil hielden in van de vele rivier mondingen.

Er werd op hoog niveau verzocht, en de toestemming kwam, om deze broeders in het kwaad mede met hulp van ons op te sporen.
We gingen airborne en vlogen langs de Colombiaanse kust tot een tiental kilometers landinwaards. Aan boord was ook een Columbiaanse officier. Hij nam plaats in de neus. Ik was bij hem.

Op een gegeven moment zei hij dat hij zijn hand tasje na de start bij de beam had laten liggen. Ik ging het halen en voelde dat er alleen maar een groot pistool in zat. Ik meldde het aan de commandant. Hij zei geef het hem maar. Zo was hij, je kon hem zijn “pies niet snel lauw maken”. Ik ging naar de neus met het wapen. Ik nam me wel voor om het tasje in de gaten te houden.

Ondanks de ernst er van, was het een prachtige vlucht over dit gebied van oerwoud. Tijdens deze vlucht zagen wij vele indiaanse nederzettingen en kleine uitgehakte vliegveldjes. We vlogen over die laatsten heen en zagen soms vliegtuigjes. Ook een maal zeker omringd door zwaar bewapende lieden. Zij bezaten zeker geen lucht buksen, integendeel. Zij waren net zo verrast als wij en richtten hun vuurwapens. Begrijp het goed, we zaten écht laag. We vlogen er voor de tweede keer niet meer over heen.
Tijdens deze patrouille kwamen we ook bij de grens van Columbia en Venezuela. Daar zagen wij een soort grote woestijn achtige droge vlakte met héél veel vliegtuig wrakken van smokkelaars. Er was zelfs een DC-6 bij.
Helaas hebben wij de bandieten niet kunnen spotten.

De volgende dag werden wij dringend verzocht om mee te werken aan een opsporing van een hoge medewerker van de regering die was gaan vissen op zee en sinds een paar dagen werd vermist.
We topten op en gingen er voor. De search party van hun luchtmacht bestond uit een Cessna. We zochten vele uren, zonder resultaat.
De volgende dag gingen we er weer voor. Opeens …..!!!
NEPTUNE NEPTUNE THIS IS CESSNA CONTACT PLEASE CONTACT PLEASE !!! Hij gaf zijn positie door. En zei dat hij het doel had gevonden. Hij moest terug vanwege brandstof. Wat een held die eenzame Cessna vlieger.

Vlak bij de door hem opgegeven positie vonden wij een klein bootje. De man aan boord had van een of ander zeil een soort grote vlag op getuigd.
Er was geen teken van leven. We gooiden twee sonoboeien om de positie te bepalen en terug gevonden kon worden.
Op een gegeven moment kregen contact met een oorlogsschip van de Colombianen. We vertelden hun dat we terug naar basis moesten om te tanken.
Een slimme Colombiaanse collega aan boord, vroeg wat de frequentie van de boeien was. Misschien konden zij die peilen of op een andere manier vinden.

Na het tanken wilden we er weer voor gaan we kregen echter een chip warning op een motor. We bleven aan de grond..
Het schip had echter gelukkig wel succes , wellicht mede door onze boeien, of on top. De medewerker leefde nog ondanks dat hij er slecht aan toe was. Hij heeft het gered die ouwe taaie. We hadden begrepen dat hij niet jong was.

Niet spectaculair. Nooit meer iets van gehoord. Wel een mensenleven gered door inzet en nadenken.

Vluchten vermeldin mijn logboek.