Munitie laden Hr. Ms. Utrecht

Een verhaal uit mijn vaarperiode tijdens een term van negen maanden
te Curaçao in 1973 op Hr.Ms. Utrecht.
Dit prachtige vaartuig had een voor mij indrukwekkende vuurkracht, mede
dank zij twee grote dubbelloops kanonnen met een kaliber van 12 cm.

Tijdens een oefening in de buurt van Puerto Rico, waren flink wat van
deze granaten op land doelen verschoten. De Amerikanen waren trouwens
onder de indruk van de nauwkeurigheid van onze vuurleiding.
Dit even ter zijde.

De verschoten munitie moest uiteraard aangevuld worden, dit om onze
slagkracht te behouden.
Deze aanvulling vond plaats aan de Rima steiger op de Marine Basis Parera.
De granaten werden aangevoerd met een truck, bestuurd door een
Antilliaanse chauffeur.
Door middel van een kraan werden zij aan boord gehesen en naar hun
bestemmingen (munitie kamers) gebracht.

Ik had toevallig even niets te doen en sloeg het tafereel vanaf de brug
vleugel gade.
De chauffeur had zijn cabine verlaten. Hij stond op korte afstand met
zijn rug naar de achterkant van zijn truck.
Nu was er daarop, naast de munitie, ook een CO2 brandblusser aanwezig.
Dit om een eventuele dreigend begin van een explosie te lijf te kunnen gaan.
Nu werd deze blusser per ongeluk omver gestoten door het hijs mechanisme.
Hij begon spontaan te sissen en rond te tollen achter op de truck.
Dit had grote gevolgen.

Velen die niet mee hadden staan kijken maar wisten wat er gaande was
stonden toch stijf van schrik. Zo niet onze chauffeur. Bij aanvang van
het lawaai stopte hij beide wijsvingers tot aan het tweede kootje in zijn
oren. Dit om de te verwachten druk op zijn trommel vliezen te voorkomen.
Tevens probeerde hij zich met gezwinde spoed van de plek des onheils te
verwijderen door middel van een snelle run. Dat zat even tegen.
Wanneer je veel kracht zet voor z’n run met twee vingers in je oren, neemt
je lichaam een verkeerde houding aan. Je gaat, doordat je armen naar boven
en iets naar achteren gaan, licht achterover hellen. Dit compenseer je
automatisch door je dijen iets hoger op te tillen.

Dit gebeurde, zonder dat hij het wist, ook bij de chauffeur. Hij ging er
vandoor in dezelfde houding als Bonfire, het paard van Anky van Grunsven,
tijdens een van haar kuren. Zij het in een hoger tempo.
Het duurde waarschijnlijk langer dan hij had gewenst, voor hij tussen
twee loodsen verdween.
Zonder dat hij het wist had hij, ondanks de schrik van sommigen, voor
groot vermaak gezorgd.

Indrukwekkend 12 cm geschut

Munitie kamer

Hr.Ms. Utrecht

Anky met Bonfire

Zeeslag bij Vlakke Hoek (NNG)

VLAKKE HOEK

Het is niet moeilijk om te weten te komen wat zich tijdens de zeeslag bij Vlakke Hoek in Nederlands Nieuw Guinea heeft afgespeeld.
Er zijn vele verhalen, zelfs tot recent, die de loop van de gebeurtenissen beschrijven.
Wat ik mij echter altijd afvroeg, wie waren nou die mannen welke in die Neptune zaten. Ik kreeg pas contact met Peter Varenhorst die hier over een verhaal heeft gepubliceerd.
Hij stuurde het mij. Het boeide mij enorm. Hij verzekerde mij dat het openbaar was en ik er mee mocht doen wat ik wilde. Ik wil het graag delen met anderen. Het verhaal spreekt voor zich.

Pen en inkt correcties:
BLZ 8 van 11 regel 4 – 175 ipv 140. regel 8 – Henk ipv Willem Peter Varenhorst tekst 1962 (8)

Peter Varenhorst tekst 1962 aanklikken voor weergave gehele verhaal.

De MTB Matjan Tutul

 

 

IKAN PAUS HIU (WALVISHAAI)

IKAN HIU PAUS (INDONESISCH VOOR WALVISHAAI)

Zoals elke avond tijdens mijn verblijf in Indonesië , had ik een omong (praatje) met onze nachtwaker Nyoman Parma. Op een gegeven moment kregen we het over de walvishaai. Mijn gedachten gingen ver terug in de tijd.

Het was ongeveer 35 jaar geleden dat Dries Soeteman en ik besloten een vakantie, met onze echtgenotes, in Schotland door te brengen. Aldus geschiedde. We parkeerden de kinderen bij oma en de kinderboerderij en gingen op weg. Niet naar het onbekende, maar het vooruitzicht om enkele weken links te rijden was toch een beetje anders. Ik zou in principe rijden.
We namen North Sea Ferries van Hoek van Holland naar Hull. Een aangename reis. Daar aan gekomen viel het links rijden erg mee. Ik reed gewoon achter de anderen aan.
Van Hull reden wij naar York. Een prachtig stadje waar een heerlijk sfeertje heerste.

De volgende dag vertrokken wij van York over een B-weg richting Edinburgh. Een mooi weggetje met weinig verkeer, althans… Er kwam van de andere kant een zeer fraaie antieke auto aan. We stopten en keken er bewonderend naar. Niet snel daar na nog een en nog een en … Sommigen van de bemanningen hadden ook antieke kleding aan zoals geruite petten en lange  shawls. Velen van hen gedroegen zich zeer feodaal en reden je bijna van de weg af.
We stopten bij een soort boerderij waarvan de bewoners ook stonden te kijken. Verder rijden was gevaarlijk. Zij vertelden ons dat het een soort rally was met deelnemers vanuit de gehele wereld. Zij lieten ons een lijst zien waar uit bleek dat er meer dan 300 deelnemers waren. We begonnen de voertuigen steeds meer met andere ogen te bezien.

Uiteindelijk kwamen we toch in Edinburgh. Een stad die ik eerder via de Marine had leren kennen als een van de ongekende mogelijkheden van uitgaan. Voor wat dat betrof heb ik me toen een beetje op de vlakte gehouden.
Vandaar maakten wij een prachtige reis door het noorden van Schotland, met de nadruk op het westelijke deel, met onder andere Oban. We gingen noord tot Scapa Flow. Daar draaiden we om, terug naar het zuiden en besloten op de terugreis het ons bekende Cambletown aan te doen.

We genoten en bleven daar een tweetal dagen. Op de weg naar huis deden we vanuit Cambletown een prachtig stadje aan, gelegen aan het grote Loch daar. Zoals jullie weten staat dit Loch daar in verbinding met de open zee. Ik meen me zelfs te herinneren dat de Engelse atoom onderzeeboten daar door heen kwamen op weg van- en naar hun thuishaven.
Dries en ik wisten dat er daar veel makreel zat. De hengels hadden we niet voor niets meegenomen. We parkeerden de dames op een terrasje in het schitterende haventje, huurden een zodiac en voeren uit. Een paar honderd meter uit de kant lieten wij ons drijven en gingen aan de slag met kleine verzwaarde spinnertjes.

De vangst overtrof onze verwachtingen. We zwengelden de ene naar de andere grote makreel binnen. Die zouden we later met de door ons meegebrachte gas komfoortje en koeken pannetje smakelijk bakken en verorberen.
Op een gegeven moment werd onze aandacht getrokken door een redelijk groot beest met een grote snor. Een soort Ted de Braak in dompel pak. Hij verbleef daarna steeds in de nabijheid van onze boot. De makrelen lieten zich, misschien daardoor,  echter wat minder zien. We dachten dat het een zeehond, misschien ook een zeeleeuw was.

Nog iets later werd onze aandacht door iets héél anders getrokken. We keken nog eens goed, het bleek een enorme rugvin te zijn. Het kon geen haai zijn daarvoor was hij veel te groot. Ik besloot om te gaan kijken. Dries sputterde nog even tegen, volgens mij vond hij het eerst nog een beetje eng.
Ik naderde de vin langzaam van achteren. Toen we dichterbij kwamen zagen wij dat er ook een enorm groot beest aan vast zat. Ik bleef op een dwars afstand van enkele meters en ging in formatie varen. We konden hem goed bekijken en zagen dat het een hele grote walvishaai was. Hij had ons natuurlijk ook gehoord en ging na enige tijd langzaam naar beneden. Hij had denken we, een beetje gas gegeven, want even later kwam hij een aardig stukje verder weer met zijn vin boven. Ik wilde hem weer in halen, maar dat vond hij kennelijk te ver gaan. Hij dook en kwam niet meer boven. Hij was op weg naar de grote scholen plankton. Of misschien wel naar een heel andere plek op de aarde om vrienden of vriendinnen te ontmoeten.

Vol van dit alles leverden wij na afloop de boot in. De eigenaar reageerde op ons verhaal dat het niet helemaal zonder gevaar was geweest. Want door hun slechte zicht kunnen zij van iets wat plotseling dichtbij komt schrikken en een crash dive maken. Waarbij hun grote staart met een harde dreun op het water kan komen, dus ook op je bootje.

Nu ik dit zo schrijf, weet ik weer zeker wat ik lang weet. Een hogere macht, wat of wie het ook mag zijn, heeft onder andere mij uitgekozen om je al dat mooie te laten zien. Je moet natuurlijk zelf ook wel een beetje opletten.

N.B. Enkele jaren terug zag ik een programma over een expeditie die in het zelfde gebied onderzoek naar de walvishaai heeft gedaan gedurende 8 maanden. Zij hebben er niet een gezien. Hadden ze maar les moeten nemen bij de Marine Luchtvaart Dienst.

Wat een mooi zoogdier. een voorrecht om dit te hebben mogen meemaken.

Dries en ik

DRIES DE SLUIPSCHUTTER

Dries Soeteman, vriend en voormalig collega en ik waren vroeger een paar natuuronderzoekers met grote inzet. Ik keek veel rond, maar Dries begon al jaren daar voor dit alles op de gevoelige plaat vast te leggen.
Laatst liep ik met mijn jongste kleinkinderen in het Amsterdams Waterwingebied, om hun de paddenstoelen, reeën en herten in hun leefgebied te leren aanschouwen.
Toevallig kwamen wij voorbij een spot die ik direct herkende als een van hen die Dries en ik daar ooit ontdekten.
Toentertijd zagen wij daar ter plekke een volmaakt “Eekhoorntjes Brood”. Dries pakte
direct zijn toverdoos en begon deze mooie paddenstoel vanuit alle hoeken te fotograferen.
Om het doel “en profiel” vast te leggen ging hij geheel plat op zijn buik in het gras liggen.
Op dat moment passeerden een paar wandelaars die het tafereel belangstellend aanschouwden.
Ik legde hen uit: “Hij besluipt hem, omdat hij bang is dat hij weg loopt”.
Zij knikten met begrip, maar ik zag ze toch spiedend rond kijken of ze onze begeleiders ergens konden ontdekken

 

Sniper Dries, ik kijk op de achtergrond

Recht in het hart

GEKRAAGDE ROODSTAART(JES)

Dries en ik logeerden met onze echtgenotes in Zuid Limburg, om precies te zijn in Eijs, een minuscuul plaatsje gelegen niet al te ver van Valkenburg.
We gingen daar vaker logeren bij een nicht van Jo van Loo, hij was een collega van ons. Zij had een café met een zaal voor feesten en partijen en een kegelbaan. Ook waren er enkele knusse kamertjes.
Om niet de gehele dag in alcoholische verlokkingen door te brengen gingen Dries en ik vaak op pad in de natuur. Hij was natuurlijk weer, als altijd bewapend met een camera.
Deze keer in het Gerendal. Dit is een gebied waar vele planten soorten voor komen die je ergens anders met een vergrootglas moet zoeken.
We waren al een eindje onder weg, toen we ons op een mooi weggetje bevonden met aan beide zijden ook weer mooie boompjes en struiken. We hadden het naar ons zin en we praatten gezellig met elkaar.
Toen we op een gegeven moment een bocht om kwamen, stond daar opeens een man. Hij bracht zijn vingers naar zijn lippen en maande ons om stil te zijn. Sssssstt!!
Wij bleven staan en hij fluisterde: “Ik hoor de Gekraagde Roodstaart, met jongen”. Wij
spitsten onze oren, maar wij hoorden niets.
Plotseling luid: “Béééééééé !!!!!!!!”. Vlak bij ons, achter de bosjes, stond een schaap dat die drie stille mannen waarschijnlijk maar eng vond. We hadden haar niet gezien, maar zij ons denk ik wel.
Dries zei ad rem: “Volgens mij hoor ik een schaap!”. De man voelde zich duidelijk in een bepaald lichaamsdeel getast. Hij beet ons nors toe: “Jullie zullen met die ongetrainde oren nooit geen mooie dingen kunnen horen”.
Wij dachten het onze over hem en vervolgden onze weg. Ik dacht ook nog, jij zal met je goed getrainde oortjes nooit het prachtige geluid van een partner zoekende walvis op een sonar boei horen, terwijl je tussen het noorderlicht vliegt.
Dries en ik vervolgden onze weg en begonnen weer te converseren. Het viel ons op dat in de bosjes naast ons veel vogeltjes fladderden. We keken nog eens goed. Het waren grijze vogeltjes met rode staartjes en een blauw befje.

Gekraagde Roodstaart

Schaap

 

 

Ocean station India/Juliett/Kilo/Lima/Mike

Ik zag een foto en opmerking geplaatst door Ton Neleman op FB van een postdrop door een Neptune van 320 bij het weerschip Cumulus dat op de Oceaan lag.
(Buiten de Cumulus was er ook de Cirrus. Zij bevonden zich beurtelings op een vaste positie. Deze posities werden respectievelijk Ocean station Mike en Kilo genoemd).
Het betreffende schip gaf het weer en andere bijzonderheden op de oceaan en ter plekke, door aan onder andere het KNMI en fungeerde tevens als een aanvliegbaken en informatie station voor vliegverkeer afkomstig uit Amerika richting Europa en andersom. Er waren meer van deze schepen. Ik heb een kort verhaal over één van deze soort vluchten die ik heb meegemaakt.

We waren gestart van Valkenburg en gingen uitermate relaxed onderweg naar ons weerschip
Deze vluchten werden tevens gebruikt om de navigatie zonder elektronische hulpmiddelen te beoefenen. Er werd dus onder andere volop zonnetje geschoten (indien aanwezig) en drift gemeten.

We vlogen toen over de Noordzee, Engeland en Ierland de Atlantische Oceaan op.
We zaten boven de wolken en de motoren waren prachtig in sync (synchtonisatie). Het mooiste geluid om bij in slaap te vallen. Maar dat deden wij natuurlijk niet.
Na enkele uren kwamen wij in de buurt van ons doel, maakten verbinding met hen en gingen in de descent (daling). We zakten langzaam in hun richting, een kleine verandering in de settings van de motoren en een beetje flaps.

We kwamen in de wolken en we begonnen licht te schudden, daardoor werden wij, voor zover nodig, nog wakkerder. We kwamen er onder uit en het schudden hield op.
Iedereen was zeer ontspannen. Tot….. Bakboord motor werd iets dikker en gaf een dreun. En nog een en nog een.
Er werden snel maatregelen getroffen om hem af te zetten. Tot …. Onze eerste vlieger was Willem Eikelboom. Een zéér ervaren, adjudant vlieger.

zijn woorden: “Laat maar lekker draaien. Hij doet het nog goed. Als hij in de soep gaat is er nog genoeg tijd om hem af te zetten. We zitten ver van huis”.
Zo gezegd zo gedaan, het klappen ging over en de motor liep na een tijdje weer als een zonnetje.
Alle instrumenten zagen er goed uit. We dropten onze post, klommen en gingen naar huis.
De vermoedelijke oorzaak was ijs in de carburator. Willem liet zich door een beetje ijs niet van de wijs brengen.
Foto 1: Ocean stations
Foto 2: De drop
Foto 3: De post container is geborgen.
Foto 4: Afscheid.

Posities van de diverse weerschepen (Ocean Stations)

Container lekko

De Container is geborgen, blijde gezichten

Afscheid

Revanche van de Phantom?

 

We waren een keer met bemanning 15 op een airshow in Schotland, ik dacht Prestwick, met de Orion. We waren static, of te wel het publiek kon de kist bekijken. We deden geen demonstratie vlucht.
Naast onze kist stond een indruk wekkende Duitse F4 Phantom. Hij was van dicht bij een stuk groter dan ik had gedacht.
Joep en ik hadden al snel goed contact met de bemanning. Twee, heel aardige, Duitse jonge mannen.
Toen we naar huis gingen, formeerde de F4 zich na de take-off op, dicht aan onze stuurboord zijde. Ik weet niet of dit van te voren zo afgesproken was. Ik had geen opdracht gekregen om onderzeeboten op te sporen, dus liet mijn apparatuur uit en ging naar de cockpit alwaar je met aardig wat lieden kon verblijven. Zittend maar ook staand, ruimte zat. Ik stond toevallig.
We klommen en draaiden daar na een rechter bocht om een, uiteraard toegestane, Low-Pass te maken.
We gingen steeds lager en omdat over stuurboord draaiden, zat de F4 in de bocht lager dan wij.
We gingen in voor finals en zaten ondertussen al aardig laag. Hij dus nog lager. Toen we vlak voor de baan kwamen draaide George (Bornhijm) nog net iets steiler over stuurboord.
De Phantom hield het voor gezien, ging in de break en klom steil, met veel geweld richting zwerk. Er werd gegniffeld in onze cockpit.

Joep met Duitse Phantom vlieger

Enige weken later.
We waren weer met bemanning 15 een soort navigatievlucht aan het maken. Ons keerpunt was in de buurt van het Duitse Wadden eiland Borkum. Toen we net waren omgedraaid kwam er een Duitse F-4 naast ons vliegen. Na dat we naar elkaar gezwaaid hadden draaide hij af en verdween achter ons.
We vlogen gezellig keuvelend verder. Opeens!.
Met een klein hoogte- en snelheidsverschil kwam de Phantom van achter recht over ons heen.
Ik stond “toevallig” weer in de cockpit en zag het gebeuren. Een maal redelijk vlak voor ons begon hij onder een kleine hoek te zakken.
Het was een mooi gezicht zo achter in twee van die grote kachelpijpen. Op een gegeven moment zat hij automatisch lager dan wij. Waar wij niet aan gedacht hadden gebeurde.
Hij had tijdens het zakken ook even op dezelfde hoogte als wij gezeten. Zo als ik al eerder zei was het een grote kist met veel hete lucht achteruit. Opeens vlogen wij de turbulentie van hem binnen. Niet te geloven wat deze teweeg bracht.
Omdat ik stond, ging ik door de eerste klap door mijn knieën. Deze eerste was echt ongekend hard. We slingerden daarna nog wat, maar niet te vergelijken met de klap er voor. Schrik!!
We hebben hem niet meer gezien, maar nog wel even, niet netjes over hem gepraat.
Ik denk dat zij de baard van George herkend hebben.

Wat heet turbulentie

Commentaar van collega’s

John Thomassen Na een oefening mijnen leggen in de monding van de Eems kwam een Duitse F4 onder ons door om daarna steil te klimmen, wij vlogen door de wake turbulence. Ik zat op dat moment voor het CB panel achter de copilot, door de klap van de turbulentie sloeg ik met mijn gezicht tegen de rugleuning van de co. DIKKE KAPOTTE LIP. ik heb toen ook ff niet zo netjes gepraat.

Jaap Barendrecht Ooit vlogen wij naar huis vanaf Gibraltar . Je mocht niet over Spanje dus vlogen we dan naar 8 graden west en pal noord naar Exeter om de Red1 (verplichte luchtweg) te joinen (gaan volgen). Het was ‘s morgens vroeg en net daglicht. Aan boord hadden we een cursist waarnemer van vsq2 die een achterstand in astro navigatie had en nog wat sterren moest schieten. Het was kennelijk ook een zware detachering geweest want het grootste deel van de bemanning lag te slapen zo ook de tweede vlieger. De mecano “Cassi Ampat” (vertaald uit het Marine Indonesisch : Viergever) dacht ik, hield angstvallig in de gaten dat ik ook niet in slaap viel. Zo merkte ik ineens dat er iets vreemds met de sb.tiptank (stuurboord benzine tiptank) was. Daar hing namelijk een phantom aan (vlak naast). Toen de vlieger zag dat ik hem zag gaf hij plankgas en draaide pal voor ons langs. De hele crew werd wakker.

Stuurboord tiptank met zoeklicht.

 

 

Het volgende verhaal van Puk van Loon vereist enige uitleg voor lezers niet van de Marine Luchtvaart Dienst. Wanneer de Luchtmacht F-16’s gingen laag vliegen in Canada, vlogen zij vanuit Nederland via IJsland naar Canada. Zowel op de heen als de terug weg werden zij tussen IJsland en Canada geëscorteerd door een Orion om bij een onverwachte gevaarlijke gebeurtenis zo snel mogelijk alarm geslagen, rubberboten gedropt en mentale steun kon worden verleend. Daar de f-16’s iets sneller vlogen dan wij, startten wij geruime tijd eerder dan zij. Ongeveer halverwege passeerden zij ons dan.
Ton Roelie van Loon. Dit hebben we in Goos Bay Canada, ook met George B. mee gemaakt. In de longroom was verteld dat de F16’s wel onder ons door zouden vliegen als wij laag vlogen. Bij het terug keren van de F16 zorgde wij dat we hen op de helft naar IJsland hen zouden begeleiden, dit i.v.m. problemen die zouden kunnen ontstaan. Door het slechte weer op IJsland ging dit vandaag niet door, dus wij terug. Ook waren er enkele F16 piloten bij ons aan boord. Mooi, genoeg brandstof, dus wij naar het laagvlieggebied. Wij waren daar niet de enigen maar George ging zo laag dat het commentaar van de F16 piloten was : hier gaan wij niet meer onderdoor !!!!!!!

 

ANTON GEESINK IN DE KOUDE OORLOG

Anton himself

 

Tijdens de Koude Oorlog tijdens de zestig, zeventig en tachtiger jaren, bespioneerden en volgden wij met Argus ogen en andere middelen de toen meest waarschijnlijke toekomstige vijand. Persoonlijk vloog ik in die tijd op de SP2H Neptune.
Ons belangrijkste doelen waren toen hun in grote getalen aanwezige oorlogs, spionage, andere verdachte schepen en onderzeeboten. Ook ontmoetten wij soms hun vliegtuigen zoals Bears en Badgers.
De vijver met de meeste van deze vissen was de Noorzee en noord daar van. Zeg maar tussen het noordelijkste puntje van Noorwegen en IJsland. Ook west van IJsland was doelgebied, maar minder bevolkt.
Om te opereren en zoveel mogelijk tijd te hebben om hen aan het kleed te komen werden speciale vluchten gemaakt vanaf Noorse vliegvelden. De twee meest voor komenden waren Bödo en Andoya, beiden ruim boven de noorder keerkring gelegen.
Vooral tijdens de winter maanden, wanneer het bijna de gehele dag donker en het weer duidelijk van mindere kwaliteit was, viel er in de vrije uren weinig te beleven. Zeker in Andoya een dorp met een paar honderd inwoners.
Bödo was een ietwat grotere stad. Daar sliepen wij meestal in een hotel waar je een biertje kon drinken, mits je ook iets te eten bestelde. Soms speelde daar een bandje met leden van diverse nationaliteiten, die door onze sectie stiekem (MARID) werden verdacht van sympathiën voor onze eventuele toekomstige vijand. Wij hebben daar trouwens nooit iets van gemerkt.
Op een avond zaten wij met onze bemanning daar gezellig aan een biertje. De plaatselijke schonen kwamen ook regelmatig op de enige plek van vertier binnen vele kilometers af om plezier te hebben.
Het was gezellig, de KGB maakte een leuk muziekje, het biertje smaakte en ik kreeg het naar mijn zin. Zo goed zelfs dat ik zin kreeg in een dansje met een van die mooie Noorse deerns. Mijn eerste verzoek werd direct ingewilligd, ik was nog jong. We dansten een aardig paar nummertjes weg. We kregen contact en ze vertelde mij dat zij een vriend had in Nederland.
Zij vertelde ook dat hij net als ik met een vliegtuig in Bödo was toen zij hem leerde kennen.
Ik vroeg: “Hoe heet hij, misschien ken ik hem”.
“Anton Geesink” zei ze.”
“O, die ken ik wel. Een grote kerel”.
“Nee, een klein donker mannetje”.

Kresta kruiser.

ELINT (Electronic intelligence

Helikopter kruiser met Hormoon helikopters.

Foxtrot type diesel onderzeeboot

TU-19 Bear

Corporals three

(Titel anekdote ontleend aan een film uit mijn jeugd “Sergeants Three” met Frank Sinatra, Dean Martin en Sammy Davis jr.)

De korporaal vlieger Cor Blokzijl, later verdaagd bij de civiele luchtvaart en Han van de Brake gingen een instrument trainingsvlucht (IF) maken met de S-2-A. Han heeft later het agrarisch bedrijf van zijn vader overgenomen, maar is blijven vliegen met een sproeivliegtuig. Ik heb ooit vernomen dat hij tijdens een van die vluchten helaas is omgekomen.
Er moest tijdens deze IF vluchten altijd een uitkijk mee. Ik, ook nog korporaal, werd daar voor aangewezen. Het bleek echter dat ik deze rang het langste van de drie bezat, hier door werd ik onderstreept in het autorisatie boek. Dit hield in dat ik vliegtuigcommandant was.
Na de preflight gingen we airborne. Drie jonge honden met een prachtig vliegtuig met héél veel power.
We deden de benodigde oefeningen voor de IF check en daar na begaven wij ons richting Noordzee.
Daar leefden wij ons uit. We vlogen onder andere op relinghoogte op schepen af, daarna een steile klim gevolgd door een hoge bocht. Hierbij zag ik door mijn raampje de horizon op 90 graden staan. Ik had de indruk van soms iets meer, maar als niet vlieger weet ik niet of dit mogelijk was met de Stoef.
We deden nog meer dingen die ik erg leuk vond, maar die weet ik niet meer precies.
Uiteindelijk maakten we nog een paar touch en go’s en uiteraard een full stop. Heel braaf kijkend stapten we uit. Ik als eerste. Dit natuurlijk omdat ik het dichtst bij het deurtje zat.

Wij zaten nog wat lager. Soms maakte de wind van de propellers wervelingen in het water. Stout!

De uitkijk

De dag dat ik officieel in actieve dienst der Koninklijke Marine trad was 29 februari 1960. Dus zoals velen onder ons weten, een van die dagen die slechts één maal in de vier jaar voor komt.
De jaren er voor had ik twee mogelijkheden me voor te bereiden om een bronzen, zilveren of zelfs gouden plak te veroveren. Dat was bij de Olympische Spelen, of de hier voor genoemde Koninklijke Marine, hierna OS of KM genoemd. Bij de laatste zou het aanzienlijk meer tijd in beslag nemen voor ik hen uitgereikt zou krijgen.
Ik had al snel door dat om via de OS een plak te bekomen,ondanks dat het sneller kon, een verkeerde keuze zou zijn. Dan had al ik vele jaren eerder in training moeten gaan. Wat over bleef was de KM.

Daar had ik wel van gehoord, maar ik had geen idee wat die eigenlijk precies inhield.
Ik koos er toch voor en doorliep de diverse de keuringen en opleidingen, tot mijn verbazing met verve.
De laatste van de serie was die van opleiding tot telegrafist. Die vond plaats op de Verbindingsschool (VBS) te Amsterdam, een onderdeel van de Marine Kazerne Amsterdam (MKAD).

Buiten de school uren, liepen wij daar echter ook in grote getale de zo genaamde schippers wacht.
Er waren vele taken die je tijdens zo’n wacht moest kunnen vervullen. Een daarvan was de “Uitkijk”.
Een taak waarvan ik de reden vaak minder goed kon plaatsen.
Een uitkijk was een wacht die in principe in de gaten hield of alles op de zijn aangewezen post goed en veilig verliep.
Zo had je de uitkijk slaapzaal. Op de VBS was dit een zaal boven in een houten gebouw waar tachtig aankomende telegrafisten, seiners of codeur telexisten de nacht doorbrachten. Er waren veertig, twee hoge, bedden geplaatst, verdeeld over twee zijden met in het midden een loop pad.

Gedurende de uren van 2100 tot 0700 liep er een uitkijk over de zaal om te kijken of alles veilig was. Wij opperden wel eens dat hij door zijn fysieke aanwezigheid, zonder dat hij het wist, ervoor zorgde dat zij allen “met hun handjes boven de dekens sliepen”. Later hoorde ik wat dit betekende.

Het was geen aangenaam verpozen op die slaapzaal. Daar de meesten in
die tijd hooguit één maal per week een bad, c.q. douche namen, was de lucht daar soms om te snijden. Maar we wisten toen niet beter.

De MKAD was aan drie zijden omgeven door water en een kant bebouwd met gebouwen, sommige uit de tijd van Napoleon, met een hoge muur.
Bij de VBS had je twee uitkijken kade. Één liep aan de wallenkant die uitkeek op de Prins Hendrik Kade en één die uitkeek over een groot water richting Pollux (een antiek zeilschip met drie masten). Daar we elkaar om de 2 uur aflosten, hield dat in dat er aardig wat mannen in gezet werden. De taak omschrijving was voor sommigen duidelijk, maar ik vond ze vaag.

Dat hield in dat we echt niet wisten waar we op moesten letten. Wij verpoosden ons dan ook met het tellen van de enorme hoeveelheid condooms die in het water dreven. Soms ook verbaasd over de grotere of kleinere afmetingen daar van. Dit grote aantal was het logische gevolg van de welig tierende liefde op de Wallen.

\
Op een avond had ik de wacht op de kade Pollux. Daar was ook een houten kast met een brandslang aanwezig. Als uitkijk wallenkant waren wij bewapend met een koppel met daar aan een bajonet van het geweer M-1 Garand. Deze bajonet had een afmeting waar een Romeinse soldaat, met hun korte zwaarden, jaloers op zou zijn geweest.
Ik verveelde me een keer en vroeg me af hoe zo’n bajonet zich als werp mes zou gedragen. Ik smeet hem diverse malen richting kast. Soms kletterde hij er tegen, soms schampte hij af, maar ook plofte hij er af en toe een aardig eindje in. Ik vermaakte mij goed.

Toen de volgende morgen het half vernielde kastje werd aangetroffen was de dader snel gevonden. Ik heb me toen, met een aantal dagen licht arrest vanwege vernieling van Rijks Eigendom, minder goed vermaakt.

Raket brandstof in kachel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoals de ouderen onder ons nog herinneren sliepen de on-gegradueerden van de diverse squadrons van Valkenburg in de D-Barakken.
De accommodatie was toen Spartaans. Lange granieten wasbakken met veel kranen, echter met alleen koud water. (In de winter STEENKOUD). Er was dan in die wasplaatsen een klein potkacheltje. Niet om het lekker warm te maken, maar om te voorkomen dat de kranen bevroren. Een temperatuur van enkele graden boven nul bewerkstelligde dit.
In dit verhaal gaat het niet om deze kacheltjes, maar over de grote potkachel die de temperatuur regelde in de slaapzalen.

In die tijd werd deze gestookt met cokes. De hoeveelheid van die brandstof die dagelijks werd verstrekt, was van zo’n klein volume dat wanneer je die snel in de kachel deed, je de temperatuur slechts voor enkele uren aangenaam kon maken.
Er werden diverse dingen bedacht om deze brandstof aan te vullen met middelen weke aanwezig waren en bij verbranding ook de zo nodige warmte gaven. Meestal in de vorm van houten producten die in de directe nabijheid aanwezig waren. Zoals onder andere oude houten kleding kasten van de grondschool.

De cokes zelf was opgeslagen in de buurt van de fotodienst. Om te voorkomen dat deze, onder andere door ons, ontvreemd zou worden, liep daar een uitkijk (soort schildwacht).

De schoorsteen van deze kachel liep over de volle lengte van de slaapzaal en ging aan de tegenover gestelde zijde door het dak. Zodoende zorgde deze, zij het miniem, voor temperaturen boven nul.

Als je ’s morgens wakker werd lag het ijs op je deken, waar je geademd had, dit ook omdat de kachel ’s nachts doofde.
Dit werd niet erg gevonden, lekker onder je deken en knorren maar.

Op de plek waar de kachel stond, een soort zij hok, stond ook een bakstafel. Daar werden veel sterke verhalen en bakken verteld. Wij vonden unaniem dat op deze plek toch wel enige warmte voor ons werd verdiend. De konstabels hadden er iets op gevonden.

De 3 Inch raketten die voor operationeel gebruik door de vliegtuigen afgekeurd werden, haalden zij bij de artillerie uit elkaar. De raket had een vaste brandstof, welke uiteraard licht ontvlambaar was en bij ontbranding zeer hoge temperaturen produceerde. Wanneer deze brandstof beschikbaar was, werd deze, licht gedoseerd in de kachel gedaan. Dit veroorzaakte een hels vuur in dit medium en zorgde voor een zéér aangename warmte, de kachel werd soms bijna doorzichtig.

Deze temperatuur liep soms zo hoog op dat de 15 meter lange schoorsteen voor een deel in plaats van zwart, ook roodgloeiend werd. Een imposant gezicht. En lekker warm.
Eventuele door branding van de schoorsteen of een exploderende kachel werd als risico aanvaard. Een door mij geschetste uitvoering van het bewuste medium heb ik toegevoegd.